ECLI:NL:RVS:2025:1520
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en gespecialiseerde bewaringsaccommodatie
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen de tenuitvoerlegging van deze maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep op 17 december 2024 deels gegrond en wijzigde de tenuitvoerlegging, waarbij de minister werd opgedragen betrokkene schadeloos te stellen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in, dat echter niet-ontvankelijk werd verklaard wegens wettelijke uitsluiting in grensdetentiezaken.
De Afdeling oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn, waarmee de tenuitvoerlegging van de grensdetentie rechtmatig is. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van betrokkene ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van betrokkene ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.