ECLI:NL:RBDHA:2024:21321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank gelast overplaatsing vreemdeling uit niet-specialiseerde detentievoorziening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de detentie onevenredig bezwarend is, dat hij onterecht langer dan 24 uur in de lounge verbleef en dat de informatievoorziening en rechtsbijstand tekortschoten. Ook stelde hij dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) niet langer als gespecialiseerde inrichting kan worden beschouwd vanwege een verregaand gevangenisregime.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel zelf niet onrechtmatig is opgelegd en dat verweerder aan zijn onderzoekplicht heeft voldaan. De klachten over de lounge en informatievoorziening werden afgewezen omdat de wettelijke termijnen nog niet waren verstreken en de rechtsbijstand adequaat was gewaarborgd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalden eveneens.
Wel oordeelde de rechtbank dat het JCS door de verlengde insluitingstijden en het regime dat sterk lijkt op dat van een gevangenis niet langer kan worden aangemerkt als een gespecialiseerde inrichting in de zin van artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn en artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank gelastte daarom onmiddellijke overplaatsing naar een wel gespecialiseerde bewaringsaccommodatie en kende eiser een schadeloosstelling toe van €750,-. Het beroep werd voor zover gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging gegrond verklaard, voor het overige ongegrond. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank gelast onmiddellijke overplaatsing naar een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie en kent een schadeloosstelling van €750 toe.