ECLI:NL:RVS:2025:1603
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning jongvolwassenenbeleid
Betrokkene, een Burkinese nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het jongvolwassenenbeleid, omdat hij wilde verblijven bij zijn meerderjarige zoon, referent, die zowel de Burkinese als Franse nationaliteit bezit. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat betrokkene en referent in gezinsverband samenleven en dat referent niet in zijn eigen onderhoud voorziet.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, maar de minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het jongvolwassenenbeleid niet strikt cumulatief is en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van samenleven in gezinsverband.
De Afdeling stelde vast dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij sinds 2017 met referent samenwoont, en dat het op de betrokkene rust om dit te bewijzen. Ook was geen sprake van een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro nodig omdat er geen gezinsleven werd vastgesteld. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.