ECLI:NL:RVS:2025:1615
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing van aanvraag verblijfsvergunning asiel door Raad van State
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 27 januari 2025 niet in behandeling genomen. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 21 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld.
De voorzieningenrechter concludeert dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.C.A. de Poorter in aanwezigheid van griffier S.S. Kindt-Jiawan en uitgesproken in het openbaar op 10 april 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.