ECLI:NL:RVS:2025:1639

Raad van State

Datum uitspraak
10 april 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
202400049/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake last onder bestuursdwang gemeente Dalfsen

In mei 2022 plaatsten toezichthouders van de gemeente Dalfsen een sticker op de fiets van appellant met de mededeling dat de fiets verwijderd zou worden. Het college van burgemeester en wethouders verklaarde het bezwaar van appellant op 17 augustus 2022 gegrond, maar trok de last onder bestuursdwang abusievelijk niet in. Het college herroept dit besluit later bij de rechtbank.

Appellant ging in beroep tegen de beslissing van het college, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak van de rechtbank.

De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De gronden van appellant in hoger beroep zijn vrijwel een herhaling van eerdere bezwaren, waarop de rechtbank reeds gemotiveerd heeft beslist. De Afdeling ziet geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en wijst ook de vordering tot immateriële schadevergoeding af. Proceskosten worden niet toegewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202400049/1/A2.
Datum uitspraak: 10 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Dalfsen,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 november 2023 in zaak nr. 22/1761 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Dalfsen.
Openbare zitting gehouden op 10 april 2025 om 14:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad: mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. O. van Loon
Jurist: mr. A. Wolda
Verschenen:
het college, vertegenwoordigd door A.I. Pasma en mr. J. Zwiers.
Inleiding
In mei 2022 hebben toezichthouders van de gemeente Dalfsen een sticker op de fiets van [appellant] geplakt waarop stond dat de gestalde fiets zou worden verwijderd. Het college heeft het bezwaar van [appellant] op 17 augustus 2022 gegrond verklaard, maar de last onder bestuursdwang abusievelijk niet ingetrokken. Het college heeft ter zitting bij de rechtbank het besluit van de last onder bestuursdwang herroepen.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 16 november 2023 waarin het beroep van [appellant] tegen de beslissing van het college van 17 augustus 2022 ongegrond is verklaard.
Beslissing
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gronden
Wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, is zo goed als een herhaling van de gronden die hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 2 tot en met 8 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Voor immateriële schadevergoeding ziet de Afdeling geen aanleiding.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Loon
griffier
284-1112