ECLI:NL:RBOVE:2023:4606
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder bestuursdwang met sticker op gestalde fiets ongegrond verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen een last onder bestuursdwang waarbij een sticker op zijn gestalde fiets was aangebracht met de mededeling dat deze verwijderd zou worden en de kosten op hem zouden worden verhaald. Het college van burgemeester en wethouders van Dalfsen verklaarde het bezwaar gegrond, maar herroept het primaire besluit niet in de uitspraak op bezwaar.
Eiser diende vervolgens beroep in bij de rechtbank Overijssel. Tijdens de zitting herroept het college alsnog het primaire besluit, waardoor eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond en passeert het gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro.
Eiser had tevens een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens frustratie door de procedure. De rechtbank oordeelt dat dit verzoek onvoldoende is onderbouwd en niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van immateriële schade die voor vergoeding in aanmerking komt. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank bepaalt dat het college het griffierecht van €184 aan eiser moet vergoeden, omdat het primaire besluit pas na het instellen van het beroep is herroepen. De uitspraak is gedaan door rechter A. Oosterveld en griffier J.P. Fortuin op 16 november 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.