ECLI:NL:RVS:2025:1647
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding bij afwijzing asielaanvraag en grensdetentie
Betrokkene, van Somalische nationaliteit, diende op 21 juni 2024 een asielaanvraag in bij de grens op Schiphol. De minister van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 7 juli 2024 af en legde op dezelfde dag een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde beroep in tegen het asielbesluit bij de rechtbank Den Haag, die op 28 augustus 2024 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. Tevens kende de rechtbank ambtshalve een schadevergoeding toe wegens de onrechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil was of de rechtbank bij de toetsing van het asielbesluit ook ambtshalve de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel mocht toetsen en schadevergoeding mocht toekennen, terwijl tegen die maatregel zelf geen beroep was ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door ambtshalve de vrijheidsontnemende maatregel te toetsen. Toetsing van de rechtmatigheid van de grensdetentie is alleen mogelijk in een aparte procedure tegen die maatregel. Daarom vernietigde de Afdeling het deel van het vonnis waarin schadevergoeding werd toegekend en wees de minister geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak waarin de rechtbank schadevergoeding toekende wegens onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel.