ECLI:NL:RVS:2025:1666
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake weigering Verklaring Omtrent het Gedrag afgewezen wegens ongepast taalgebruik
Verzoeker, die zijn studie rechten heeft afgerond en advocaat wil worden, heeft meerdere malen een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd bij de staatssecretaris. Deze aanvragen werden afgewezen vanwege een strafrechtelijke veroordeling binnen de terugkijktermijn. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van verzoeker ongegrond dan wel niet-ontvankelijk, onder meer wegens misbruik van recht.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen. Deze verzoeken werden eerder afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang. Verzoeker diende opnieuw verzoeken in, maar gebruikte daarbij herhaaldelijk ongepaste, beledigende en dreigende taal richting rechters en betrokkenen, ondanks waarschuwingen om dit na te laten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker de grenzen van normaal en beschaafd taalgebruik onaanvaardbaar had overschreden en dat zijn gedragingen systematisch waren. Dit was strijdig met het beginsel van behoorlijke procesvoering. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens herhaaldelijk ongepast en beledigend taalgebruik.