ECLI:NL:RVS:2025:171

Raad van State

Datum uitspraak
16 januari 2025
Publicatiedatum
20 januari 2025
Zaaknummer
202500316/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83, vierde lid Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie legde op 30 december 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 januari 2025 het beroep gegrond verklaarde en de opheffing van de maatregel bevolen, tevens met toekenning van schadevergoeding.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. Bij mondelinge uitspraak op 16 januari 2025 heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen, waardoor de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de beslissing van de rechtbank om de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen.

Deze ordemaatregel werd noodzakelijk geacht vanwege de onomkeerbare gevolgen van de uitvoering en het aanstaande tijdstip daarvan. Omdat de vreemdeling vanwege het late tijdstip niet meer kon worden bereikt om te reageren, werd deze in de gelegenheid gesteld om op 17 januari 2025 voor 11.00 uur te reageren. De voorzieningenrechter zal daarna zo spoedig mogelijk op het verzoek beslissen.

Uitkomst: De voorzieningenrechter treft een voorlopige ordemaatregel waardoor de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.

Uitspraak

202500316/2/V3.
Datum uitspraak: 16 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 16 januari 2025 in zaak nr. NL25.99 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Tegenwoordig:
Voorzieningenrechter: mr. C.C.W. Lange
griffier: mr. S.P.M. Zwinkels
Bij besluit van 30 december 2024 heeft de minister de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 16 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter, bij mondelinge uitspraak van 16 januari 2025:
treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de beslissing van de rechtbank in de uitspraak om de vrijheidsontnemende maatregel op 16 januari 2025 op te heffen.
Daartoe wordt als volgt overwogen:
Deze ordemaatregel is getroffen, omdat de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank onomkeerbare gevolgen heeft en deze uitvoering aanstaande is. Gelet daarop, en omdat de vreemdeling vanwege het late tijdstip van indiening van het verzoek van de minister niet meer kon worden bereikt om daarop te reageren, heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om op 17 januari 2025 voor 11.00 uur op het verzoek te reageren. Daarna zal de voorzieningenrechter zo spoedig mogelijk op het verzoek van de minister beslissen.
w.g. Lange
voorzieningenrechter
w.g. Zwinkels
griffier
309-347-1020