ECLI:NL:RVS:2025:1715
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop en last onder dwangsom wegens illegale bouwwerkzaamheden zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk legde op 15 november 2021 een bouwstop en last onder dwangsom op aan appellant vanwege bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning op zijn perceel in Haps. Appellant voerde onder meer aan dat het storten van betonvloeren vergunningvrij was, dat geen zienswijzemogelijkheid was geboden, dat handhaving onevenredig was en dat sprake was van een gerechtvaardigd vertrouwen door toezeggingen van een gemeentelijke consulent.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving, dat het horen over de last onder dwangsom niet verplicht was vanwege spoedeisendheid, en dat er geen concreet zicht op legalisatie bestond. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen vanwege een expliciet voorbehoud in een e-mail van de consulent.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling deze uitspraak. Zij overweegt dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft vanwege overgangsrecht. De bouwstop is een ordemaatregel met beperkte belangenafweging, en de last onder dwangsom is noodzakelijk om naleving blijvend te waarborgen. Het college handelde niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het algemeen belang bij handhaving weegt zwaarder dan het belang van appellant.
De Afdeling acht het niet nodig de gemeentelijke consulent als getuige op te roepen, gezien de duidelijke schriftelijke communicatie. De gevolgen van de registratie van de last onder dwangsom in het kadaster wegen niet zwaarder dan het algemeen belang bij handhaving. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwstop met last onder dwangsom bevestigd.