ECLI:NL:RVS:2025:173
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 1 oktober 2024 in bewaring wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf 4 oktober 2024 onrechtmatig was omdat de vreemdeling door het indienen van een bezwaarschrift rechtmatig verblijf verkreeg. De minister ging tegen dit oordeel in hoger beroep.
De Raad van State stelt dat het maken van bezwaar tegen het besluit geen opschortende werking heeft indien het niet tijdig is ingediend. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat de vreemdeling rechtmatig verblijf had verkregen door het feitelijk indienen van het bezwaar, terwijl het bezwaar niet tijdig was. Hierdoor was de grondslag voor de bewaring niet komen te vervallen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard met afwijzing van schadevergoeding.