ECLI:NL:RVS:2025:1752
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en schadeloosstelling
Bij besluit van 24 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde beroep in tegen de tenuitvoerlegging van deze maatregel. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was, waardoor de grensdetentie onrechtmatig was. Tevens werd de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het oordeel van de rechtbank onjuist was, verwijzend naar eerdere uitspraken waarin het Justitieel Complex Schiphol wel als gespecialiseerde bewaringsaccommodatie werd aangemerkt. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 17 april 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.