ECLI:NL:RBDHA:2024:21323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenbewaring
Eiseres werd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, die zij betwistte. De rechtbank beoordeelde het beroep nadat de maatregel was opgeheven en richtte zich op de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding moest worden toegekend.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel zelf niet onrechtmatig was opgelegd, maar dat de wijze van uitvoering in het Justitieel Complex Schiphol (JCS) niet voldeed aan de eisen van een gespecialiseerde inrichting zoals bedoeld in artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn en artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn. De vreemdelingen werden dagelijks vanaf 16:30 uur tot 08:00 uur opgesloten, wat vergelijkbaar is met een gevangenisregime.
Hoewel verweerder stelde dat het om een tijdelijke situatie ging vanwege personeelstekorten, kon hij niet concreet aangeven hoe lang deze situatie zou duren. De rechtbank achtte de verlengde insluiting en het regime in het JCS zodanig dat het niet langer als gespecialiseerde inrichting kan worden aangemerkt.
De rechtbank kende eiseres een schadeloosstelling van €510 toe wegens het geleden nadeel en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Andere beroepsgronden, zoals het vertrouwensbeginsel, de informatievoorziening en rechtsbijstand, werden verworpen. Het beroep tegen het uitstellen van de beslissing over de toegang tot Nederland werd eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel; eiseres ontvangt €510 schadeloosstelling en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.