ECLI:NL:RVS:2025:1762

Raad van State

Datum uitspraak
17 april 2025
Publicatiedatum
17 april 2025
Zaaknummer
202501869/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing uitspraak rechtbank inzake asielaanvraag

Betrokkene had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het besluit gelijkgesteld aan een besluit, en de minister opgedragen binnen zestien weken een besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor elke dag overschrijding.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen gedurende het hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld tegen de belangen van beide partijen.

Na afweging van de belangen heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen, waarbij de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 april 2025 door mr. J.C.A. de Poorter.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt niet geschorst.

Uitspraak

202501869/2/V1.
Datum uitspraak: 17 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 3 maart 2025 in zaak nr. NL24.36495 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 3 maart 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, de minister opgedragen om binnen zestien weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit te nemen op de asielaanvraag van betrokkene en bepaald dat zij aan betrokkene een dwangsom van € 100,00 moet betalen voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, tot een maximum van € 7.500,00.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter om hangende het hoger beroep de voorlopige voorziening te treffen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst.
2.       Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2025
977