ECLI:NL:RVS:2025:1788
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- M. den Heyer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen
Appellant, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. De staatssecretaris wees deze aanvragen af wegens het niet voldoen aan het middelenvereiste. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant reeds een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd had ontvangen, waardoor volgens de rechtbank geen belang meer bestond.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat appellant wel degelijk belang heeft bij de beoordeling van het beroep, omdat de EU-verblijfsvergunning andere rechtsgevolgen heeft, zoals het recht om in andere lidstaten te verblijven. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep inhoudelijk.
Appellant voerde aan dat hij voldoende middelen van bestaan had, mede door een toeslag op grond van de Toeslagenwet, maar de Afdeling oordeelde dat deze toeslag niet zelfstandig is en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat hij aan het middelenvereiste voldoet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en appellant kreeg het griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldoet aan het middelenvereiste voor de EU-verblijfsvergunning.