ECLI:NL:RVS:2025:1908
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
Appellant is bij besluit van 10 januari 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 25 maart 2025 het beroep van appellant tegen het voortduren van deze maatregel ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 niet is toegestaan. Er is geen sprake van een situatie waarin het verbod op hoger beroep doorbroken kan worden, zoals bij het ontbreken van een eerlijk proces.
Daarom verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 30 april 2025.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.