ECLI:NL:RVS:2025:1909
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 april 2024 is afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 30 april 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de minister van Asiel en Migratie de proceskosten van verzoeker, een bedrag van €907,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand verleend door een derde partij.
De uitspraak is gedaan in het openbaar en de voorzieningenrechter baseerde zich op eerdere jurisprudentie omtrent voorlopige voorzieningen in asielzaken. Hiermee wordt de rechtspositie van verzoeker tijdens de procedure beschermd en wordt voorkomen dat onomkeerbare maatregelen worden genomen voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.