ECLI:NL:RVS:2025:1932
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huisvuilzak
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 10 maart 2024 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. De zak was te herleiden tot appellante via een adreslabel. Appellante betwistte niet dat de zak van haar was, maar stelde dat zij deze juist had aangeboden en dat anderen de zak uit de container hadden gehaald.
De Afdeling bestuursrechtspraak hanteert een bewijsvermoeden dat degene aan wie het afval te herleiden is, als overtreder wordt aangemerkt tenzij voldoende twijfel wordt gezaaid. Appellante slaagde er niet in dit vermoeden te ontkrachten omdat haar stelling niet met bewijs werd onderbouwd. Ook haar beroep op onwetendheid vanwege taalachterstand werd verworpen, omdat het aanbieden naast de container strijdig is met de verordening en dit voor haar eigen risico komt.
Verder stelde appellante dat het college ten onrechte niet op haar verzoek om vergoeding van kosten in verband met bezwaar had beslist. De Afdeling oordeelde dat het college dit wel had moeten doen, maar dat appellante niet benadeeld is omdat het verzoek op grond van de wet afgewezen had moeten worden. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.