ECLI:NL:RVS:2025:1993

Raad van State

Datum uitspraak
1 mei 2025
Publicatiedatum
1 mei 2025
Zaaknummer
202300825/4/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 3 Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om wraking van leden wrakingskamer buiten behandeling gelaten

Verzoekster heeft bij brief verzocht om wraking van de voorzitter en leden van de wrakingskamer die belast waren met de behandeling van een eerder wrakingsverzoek. Dit nieuwe wrakingsverzoek is ingediend nadat de wrakingskamer op het eerste wrakingsverzoek had beslist en de beslissing openbaar was gemaakt.

Volgens artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden. Echter bepaalt artikel 3, vierde lid, onderdeel b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 dat een wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen indien het is gedaan nadat de einduitspraak in de hoofdzaak openbaar is gemaakt.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer niet meer kan worden gedaan nadat de beslissing op dat wrakingsverzoek openbaar is gemaakt. Daarom wordt het verzoek zonder zitting buiten behandeling gelaten.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gelaten omdat het is ingediend nadat de beslissing op het eerste wrakingsverzoek openbaar is gemaakt.

Uitspraak

202300825/4/R2.
Datum beslissing: 1 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoekster], wonend in [woonplaats],
verzoekster,
om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
Procesverloop
Bij brief, ingekomen op 22 april 2025, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraden mr. J.J.W.P. van Gastel, mr. N. Verheij en mr. C.H. Bangma. Zij waren voorzitter onderscheidenlijk leden van de wrakingskamer belast met de behandeling van een eerder wrakingsverzoek van [verzoekster] met zaak nummer 202300825/2/R2 (hierna: de eerste wrakingskamer).
Overwegingen
1.       Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van Pro de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Artikel 3, vierde lid van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 luidt:
"De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien:
[…];
b. het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt;
[…]."
2.       Bij beslissing van 2 april 2025 heeft de eerste wrakingskamer het verzoek van [verzoekster] om wraking van staatsraad D.A. Verburg belast met de behandeling van de zaak nr. 202300825/1/R2, afgewezen. De beslissing is op die dag openbaar gemaakt en aan [verzoekster] toegezonden.
3.       Bij brief van 20 april 2025 heeft [verzoekster] de voorzitter en de leden van de eerste wrakingskamer gewraakt. Dit verzoek om wraking is dus ingediend nadat die kamer heeft beslist op het eerste wrakingsverzoek en de beslissing openbaar is gemaakt.
4.       Het bepaalde in artikel 8:15 van Pro de Awb brengt mee dat een verzoek om wraking van leden, belast met de behandeling van een wrakingsverzoek, niet meer kan worden gedaan indien de beslissing op dat verzoek al openbaar is gemaakt. Nadat op het verzoek door de wrakingskamer is beslist, is dit verzoek immers niet langer bij die wrakingskamer in behandeling. Gelet hierop en op artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakingsregeling wordt het voorliggende wrakingsverzoek zonder een zitting te houden buiten behandeling gelaten.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
laat het verzoek buiten behandeling.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. H.J.M. Besselink, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Pieters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2025
473