ECLI:NL:RVS:2025:203
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontzegging toegang Hogeschool Rotterdam wegens agressief gedrag bevestigd na termijnoverschrijding bezwaar
Appellant, student aan de Willem de Kooning Academie, kreeg op 28 februari 2023 de toegang tot de gebouwen en terreinen van Hogeschool Rotterdam ontzegd voor de duur van één jaar vanwege agressief en verward gedrag dat de veiligheid van het leer- en werkklimaat ernstig in gevaar bracht. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit bezwaar werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant door persoonlijke omstandigheden, waaronder opname in instellingen en medicatiegebruik, niet tijdig bezwaar kon maken en dat hij zijn bezwaar zo spoedig mogelijk na het verkrijgen van toegang tot zijn e-mail heeft ingediend. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht en wordt deze vernietigd.
Inhoudelijk beoordeelt de Afdeling dat de ontzegging van de toegang een ordemaatregel is gericht op het waarborgen van een veilig onderwijs- en werkomgeving en geen bestraffende sanctie. Hoewel appellant zich in een psychotische toestand bevond, rechtvaardigt dit niet het ontbreken van een ordemaatregel. De proportionaliteit en motivering van de maatregel zijn voldoende, ondanks een fout in de datum van het incident. De belangen van appellant zijn zorgvuldig afgewogen tegen die van de onderwijsinstelling en haar gemeenschap.
De Afdeling verklaart het bezwaar ongegrond en bevestigt het besluit tot ontzegging van de toegang voor de duur van een jaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De ontzegging van de toegang tot de Hogeschool Rotterdam voor één jaar wordt bevestigd na vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.