ECLI:NL:RVS:2025:2053
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep belanghebbende tegen omgevingsvergunning voor appartementencomplex in Wateringen
Het college van burgemeester en wethouders van Westland verleende op 8 juli 2024 een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de bouw van 25 appartementen op een perceel aan de Kerklaan te Wateringen. Deze vergunning volgde op eerdere vernietigingen door de rechtbank Den Haag van een eerdere vergunning uit 2022. Appellant, wonend op meer dan 200 meter afstand van het perceel, stelde beroep in tegen het besluit van 8 juli 2024.
Het college stelde zich op het standpunt dat appellant niet als belanghebbende kon worden aangemerkt, omdat hij geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van de ontwikkeling. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit standpunt en oordeelde dat appellant door de afstand tot het perceel en de geringe verkeersimpact geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit.
Verder overwoog de Afdeling dat appellant wel beroep kan instellen vanwege zijn zienswijze, maar dat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb in de weg staat aan vernietiging van het besluit op de door appellant aangevoerde gronden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbenschap.