ECLI:NL:RVS:2025:212
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Alcoholwetvergunning Hotel Cataleya op grond van valsheid in geschrift en Wet Bibob
De burgemeester van Almere wees op 8 september 2020 de aanvraag van Hotel Cataleya voor een Alcoholwetvergunning af vanwege vermoedens van strafbare feiten en slecht levensgedrag van de bestuurder. Hotel Cataleya maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit.
De burgemeester stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep op 10 december 2024 en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet de zelfstandige bevoegdheid van de burgemeester onder artikel 3, zesde lid, Wet Bibob had meegewogen. Hotel Cataleya had het Bibob-formulier onjuist ingevuld door het niet vermelden van strafrechtelijke antecedenten, waaronder een boete wegens overtreding van de Opiumwet.
De Afdeling stelde vast dat deze onjuistheid op zichzelf voldoende grond bood om de vergunning te weigeren. Het vermoeden van valsheid in geschrift en de ernst van het strafbare feit maakten het weigeren van de vergunning gerechtvaardigd. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en vernietigde het besluit van 11 juli 2022. De burgemeester hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: De weigering van de Alcoholwetvergunning door de burgemeester wordt bevestigd en het beroep van Hotel Cataleya ongegrond verklaard.