ECLI:NL:RVS:2025:214
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering Drank- en Horecawetvergunning wegens ontbreken zakelijk samenwerkingsverband
EatGreek huurde een horecaruimte met inventaris van [appellanten], die eigenaar zijn van het pand. De burgemeester weigerde de Drank- en Horecawetvergunning op grond van een advies van het Landelijk Bureau Bibob, vanwege een vermoeden dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten, mede door een vermeend zakelijk samenwerkingsverband tussen EatGreek en [appellanten].
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde in hoger beroep vast dat het enkele feit dat [appellanten] het pand en inventaris verhuurt en dat EatGreek en [appellanten] dezelfde advocaat gebruikten, onvoldoende is om te spreken van een zakelijk samenwerkingsverband met duurzaam karakter. Ook ontbrak bewijs van zeggenschap van [appellanten] over de bedrijfsvoering van EatGreek.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester zijn vergewisplicht niet had nageleefd en dat het vermoeden van een zakelijk samenwerkingsverband niet kon worden gedragen. Hierdoor kon het ernstige gevaar dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten niet worden aangenomen. De weigering van de vergunning werd vernietigd en de burgemeester werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden proceskosten aan [appellanten] toegekend.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit tot weigering van de Drank- en Horecawetvergunning en gelast de burgemeester een nieuw besluit te nemen.