ECLI:NL:RVS:2025:2160
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering ambtshalve uitstel van vertrek wegens medische situatie
Betrokkene, een Liberiaanse vreemdeling die sinds 2019 in Nederland verblijft, verzocht om ambtshalve uitstel van vertrek vanwege zijn hepatitis B en D infecties. De staatssecretaris weigerde dit uitstel op basis van een BMA-advies waarin werd gesteld dat de noodzakelijke behandeling voor hepatitis B in Liberia beschikbaar is en dat betrokkene ten tijde van het besluit niet werd behandeld voor hepatitis D.
De rechtbank oordeelde dat de minister een aanvullend BMA-advies had moeten vragen vanwege de recente beschikbaarheid van een behandeling voor hepatitis D in Nederland, en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het BMA slechts een inschatting mag maken over de medische noodsituatie bij het uitblijven van de behandeling die betrokkene daadwerkelijk ontvangt, en niet over mogelijke toekomstige behandelingen. Omdat betrokkene op het moment van het besluit niet werd behandeld voor hepatitis D, was er geen aanleiding voor een aanvullend advies.
Daarom vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.