ECLI:NL:RVS:2025:2189
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens onrechtmatige onttrekking woning aan woonruimtevoorraad zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een boete van €20.500,- op wegens het zonder vereiste vergunning onttrekken van zijn woning aan de woonruimtevoorraad. Na bezwaar en beroep werd de boete door het college in 2024 gehalveerd tot €10.250,-. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze boete.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant de woning hotelmatig gebruikte voor toeristische verhuur zonder vergunning, wat in strijd is met artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. De rechtbank had het college in het gelijk gesteld, maar de Afdeling vernietigde het besluit over de hoogte van de boete vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel en matigde de boete verder.
Daarnaast werd vastgesteld dat de procedure onredelijk lang had geduurd (ruim 7 jaar), wat een verdere matiging van 15% rechtvaardigde. Het verzoek om materiële schadevergoeding wegens gederfde huurinkomsten werd afgewezen wegens gebrek aan causaal verband. De boete werd uiteindelijk vastgesteld op €7.650,-. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere besluiten werden vernietigd voor zover zij de boete betroffen.
Uitkomst: De boete wegens onrechtmatige onttrekking van de woning aan de woonruimtevoorraad wordt gematigd tot €7.650,- vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel en overschrijding van de redelijke termijn.