Uitspraak
Datum uitspraak: 14 mei 2025
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland verleende in 2020 een vergunning aan Staatsbosbeheer voor vernattingsmaatregelen in het Natura 2000-gebied Oostvaardersplassen, die later werd herroepen en geweigerd omdat deze maatregelen als beheermaatregelen zonder vergunning mochten worden uitgevoerd. De stichtingen Dierbaar Flevoland en Fauna4life voerden aan dat de maatregelen ook recreatieve doelen dienen en significante negatieve effecten hebben, waardoor een vergunningplicht zou gelden.
De rechtbank oordeelde dat het beheerplan niet doorslaggevend is en dat het college beoordelingsruimte heeft om te bepalen of een maatregel direct verband houdt met het beheer van het gebied. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst erop dat alleen de onderdelen van een project die verband houden met instandhoudingsdoelen zijn uitgezonderd van vergunningplicht.
De Afdeling overweegt dat het beleidskader en recreatieve neveneffecten niet uitsluiten dat de vernattingsmaatregelen primair beheermaatregelen zijn. Ook negatieve effecten voor andere soorten dan de doelsoorten kunnen niet doorslaggevend zijn voor de kwalificatie als beheermaatregel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vernattingsmaatregelen mogen zonder vergunning als beheermaatregelen worden uitgevoerd.