Uitspraak
Datum uitspraak: 9 november 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Provinciale staten van Overijssel stelden op 23 september 2020 het inpassingsplan 'Engbertsdijksvenen - interne maatregelen' vast en verleende het college van gedeputeerde staten op 25 september 2020 een ontgrondingenvergunning aan Staatsbosbeheer. Appellanten, bestaande uit grondeigenaren en omwonenden, stelden beroep in tegen deze besluiten vanwege onder meer zorgen over aantasting van natuurwaarden, vernatting van landbouwgronden en het ontbreken van een passende beoordeling en milieueffectrapportage (MER).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het inpassingsplan meer mogelijk maakt dan strikt noodzakelijk voor het beheer van het Natura 2000-gebied, onder meer door het toestaan van extensieve recreatie. Hierdoor was een passende beoordeling verplicht, maar deze ontbrak. Tevens stelde de Afdeling vast dat het inpassingsplan een kaderstellend plan is voor de ontgrondingenvergunning en dat de maximale ontgrondingsoppervlakte de drempelwaarde voor een MER overschrijdt. Omdat geen MER was opgesteld, is het inpassingsplan in strijd met de Wet milieubeheer vastgesteld.
De beroepen tegen het inpassingsplan zijn gegrond verklaard, evenals de beroepen tegen de ontgrondingenvergunning vanwege de verwevenheid van de besluiten. Andere bezwaren, zoals over waterveiligheid en rechtszekerheid, werden verworpen. De Afdeling legde provinciale staten op om het besluit binnen vier weken te verwerken in de landelijke voorziening en wees proceskosten toe aan appellanten.
Uitkomst: Het inpassingsplan en de ontgrondingenvergunning worden vernietigd wegens het ontbreken van een passende beoordeling en milieueffectrapportage.