ECLI:NL:RVS:2025:2253
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak inzake bewaring vreemdeling
Appellant werd op 12 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. Op 1 april 2025 verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, vertegenwoordigd door een advocaat uit Groningen. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.
Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, waardoor verdere motivering achterwege kon blijven. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.