ECLI:NL:RVS:2025:227

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2025
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
202407858/1/V2 en 202407858/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging besluit verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek

De minister van Asiel en Migratie wees op 10 oktober 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 december 2024 het besluit vernietigde wegens een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het motiveringsgebrek eenvoudig te herstellen is en het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevat die nadere motivering vereisen.

De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft het besluit van de rechtbank ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

202407858/1/V2 en 202407858/2/V2.
Datum uitspraak: 23 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 december 2024 in zaak nr. NL24.39777 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 19 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    De rechtbank heeft namelijk een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek geconstateerd. De minister komt daartegen in hoger beroep op terwijl dat gebrek zich (los van de vraag wat de uitkomst van de nieuwe besluitvorming moet zijn) eenvoudig laat herstellen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Lange
voorzieningenrechter
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2025