ECLI:NL:RVS:2025:2272
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond voor zover het gericht was tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel en wees het verzoek om schadevergoeding toe.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was, ondanks een onjuiste rechtsmiddelenclausule in de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens werd de rechtmatigheid van de grensdetentie in het Justitieel Complex Schiphol beoordeeld aan de hand van eerdere uitspraken.
De Afdeling concludeerde dat de grief van de minister slaagt en dat de grensdetentie niet onrechtmatig was. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.