ECLI:NL:RVS:2025:2303
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- B.P. Vermeulen
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding registratie arbeids- en rusttijden Arbeidstijdenwet
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde aan appellante een bestuurlijke boete van €62.250 op wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, omdat zij geen deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden had bijgehouden. Na bezwaar trok de minister de boete voor twee overtredingen in, maar handhaafde de gemaximeerde boete voor de overige overtredingen.
De rechtbank Den Haag matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn tot €52.912,50 en verklaarde het beroep van appellante deels gegrond. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat het aanvullend boeterapport niet volgens de goede procesorde was gebruikt en dat de boete verder gematigd had moeten worden vanwege omstandigheden zoals de aard van de overtredingen en de mate van verwijtbaarheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het aanvullend boeterapport als bewijs had toegelaten en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om hierop te reageren. De Afdeling vond de matiging van 15% passend en zag geen reden voor verdere matiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €52.912,50 wegens overtreding van de registratieplicht arbeids- en rusttijden.