ECLI:NL:RVS:2017:1818
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.G.M. Simons
- H. Bolt
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen wegens grensoverschrijdende dienstverrichting
Bij besluit van 17 juli 2014 legde de minister een boete van €792.000 op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na gedeeltelijke vermindering en vernietiging door de rechtbank Rotterdam, stelde [appellante] hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De zaak betrof de inzet van 64 Roemeense vreemdelingen die zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten bij de bouw van schepen via een keten van opdrachtgevers en aannemers. [appellante] voerde onder meer aan dat de boete onterecht was opgelegd omdat sprake was van grensoverschrijdende dienstverrichting en niet van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, en stelde procedurele bezwaren tegen de wijze van bewijsvergaring en verhoren.
De Afdeling oordeelde dat de minister niet had bewezen dat de dienst bestond uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, omdat er twijfel bestond of de verplaatsing van werknemers het doel van de dienstverrichting was. Ook werden de procedurele bezwaren grotendeels verworpen. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd.