ECLI:NL:RVS:2025:2314
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing tegemoetkoming planschade windpark Spui
De zaak betreft hoger beroepen tegen besluiten van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland inzake een tegemoetkoming in planschade aan [appellante sub 1] en Klein Piershil vanwege het provinciaal inpassingsplan Windpark Spui. De rechtbank had eerder de besluiten van het college vernietigd en het college opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van haar uitspraak.
De kern van het geschil betreft de planvergelijking met betrekking tot de geluidsbelasting, de voorzienbaarheid van de planologische wijziging ten tijde van aankoop van de percelen, en de omvang van het normaal maatschappelijk risico. Thorbecke B.V. bracht advies uit over de geluidsbelasting en planschade. De rechtbank oordeelde dat Thorbecke onvoldoende inzicht had gegeven in de geluidsbelasting onder het oude en nieuwe regime, en dat het college ten onrechte voorzienbaarheid had aangenomen voor het perceel aan de [locatie 2]. Ook stelde de rechtbank het normaal maatschappelijk risico op 3% in plaats van 2%.
In hoger beroep betoogde het college dat Thorbecke wel een reële prognose had gemaakt en dat voorzienbaarheid kon worden aangenomen op basis van openbaar gemaakte beleidsstukken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Thorbecke in het eerste advies onvoldoende inzicht gaf in de geluidsbelasting, maar in het latere advies van 11 maart 2024 wel een reële prognose maakte. De Afdeling bevestigde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de Nota Wervel en Ontwerpnota Wervel ten tijde van de aankoop openbaar waren en dat voorzienbaarheid daarom niet kan worden aangenomen. De Afdeling bevestigde ook de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico op 3%.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen ongegrond, bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan [appellante sub 1].
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak over de tegemoetkoming in planschade.