ECLI:NL:RVS:2025:2317
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing tegemoetkoming planschade Windpark Spui
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland kende aan [wederpartij] een tegemoetkoming in planschade toe vanwege het provinciaal inpassingsplan 'Windpark Spui'. [Wederpartij] stelde dat het windpark geluidshinder, aantasting van uitzicht en situeringswaarde veroorzaakte. Na vernietiging van het eerste besluit door de rechtbank, nam het college een nieuw besluit met een verhoogde tegemoetkoming.
De rechtbank stelde dat het advies van Thorbecke onvoldoende inzicht gaf in de geluidsbelasting onder het oude en nieuwe planologische regime, waardoor de toename van geluidshinder niet adequaat was onderbouwd. Het college stelde in hoger beroep dat Thorbecke een reële prognose had gemaakt, maar de Afdeling bestuursrechtspraak volgde de rechtbank en oordeelde dat de geluidsbelasting onvoldoende inzichtelijk was gemaakt.
In het nieuwe besluit baseerde het college zich op een aanvullend advies van Thorbecke met geluidsmetingen uit 2018 en 2019, waarbij een verhoging van het achtergrondgeluid met 5 dB werd toegepast. [Wederpartij] en Klein Piershil voerden diverse bezwaren aan tegen deze aannames en de gehanteerde normen, maar de Afdeling verwierp deze gronden en bevestigde dat de gehanteerde methodiek en conclusies voldoende waren onderbouwd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.