ECLI:NL:RVS:2024:2853
Raad van State
- P.H.A. Knol
- J.C.A. de Poorter
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar omgevingsvergunning hekwerk en bewoning landhuis
Het geschil betreft het hoger beroep van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaren door het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee inzake een omgevingsvergunning voor een hekwerk en de bewoning van een landhuis op een perceel te Rockanje.
Appellant stelde eigenaar en servituuthouder te zijn van het heersend erf ten opzichte van het lijdend erf, het perceel waarop het hekwerk staat en het landhuis is gelegen. De rechtbank oordeelde dat appellant dit niet voldoende had aangetoond en verklaarde haar bezwaren niet-ontvankelijk. Het civiele vonnis dat appellant aanvoerde werd door de rechtbank buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog uitgebreid over de mogelijkheden om nieuwe bewijsmiddelen en gronden in te brengen in procedures en nam het civiele vonnis wel in beschouwing. Op basis daarvan stelde de Afdeling vast dat appellant eigenaar en servituuthouder is van het heersend erf en dat de erfdienstbaarheden nog onverkort gelden. Hierdoor heeft appellant een rechtstreeks belang bij het besluit en verzoek.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van het college en bepaalde dat het college nieuwe inhoudelijke besluiten moet nemen. Tevens werd bepaald dat tegen die besluiten alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van het college worden vernietigd wegens het bestaan van een rechtstreeks belang van appellant.