ECLI:NL:RVS:2025:2318
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning planschadevergoeding wegens Windpark Spui
De zaak betreft een verzoek van de wederpartij om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat de bouw van vijf windturbines mogelijk maakt nabij Nieuw-Beijerland. De wederpartij stelt dat hierdoor geluidhinder en horizonvervuiling zijn ontstaan, wat de verkoopbaarheid van zijn woning vermindert, met een schadeclaim van €70.000.
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wees het verzoek aanvankelijk af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en het college opdroeg opnieuw te beslissen. Bij hernieuwd besluit kende het college een vergoeding van €20.200 toe, vermeerderd met wettelijke rente. Klein Piershil B.V., initiatiefnemer van het windpark, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde onder meer dat het normaal maatschappelijk risico hoger moest worden vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de plannen voor het windpark ten tijde van de aankoop van de woning door de wederpartij voorzienbaar waren. Tevens werd geoordeeld dat het college onterecht een normaal maatschappelijk risico van 2% hanteerde in plaats van 3%. Daarom vernietigde de Afdeling het besluit voor zover het de vergoeding van €20.200 betrof en bepaalde een nieuwe vergoeding van €15.300 exclusief rente. Tevens werden proceskosten toegekend aan de wederpartij en Klein Piershil.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de vergoeding in planschade wordt vastgesteld op €15.300 exclusief rente.