ECLI:NL:RVS:2025:2136
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit tegemoetkoming planschade Windpark Spui nabij Nieuw-Beijerland
Bij besluit van 20 juli 2021 kende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een tegemoetkoming in planschade toe aan appellant sub 1 wegens het provinciaal inpassingsplan Windpark Spui. Dit plan maakte de bouw van vijf windturbines mogelijk nabij de woning van appellant, wat volgens hem tot geluidsoverlast en waardevermindering leidde. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het college deels in het ongelijk stelde, stelde zowel appellant als het college hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in haar uitspraak van 21 mei 2025 het hoger beroep van het college ongegrond verklaard en dat van appellant gegrond. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin het college niet werd veroordeeld tot vergoeding van deskundigenkosten en veroordeelde het college tot vergoeding van € 1.933,63 aan deze kosten. Tevens vernietigde de Afdeling de besluiten van 12 en 16 april 2024 voor zover het ging om de berekening van de wettelijke rente en droeg het college op deze opnieuw te berekenen.
De Afdeling oordeelde dat de taxateur van Thorbecke onafhankelijk was en dat de planvergelijking en taxatie voldoende waren onderbouwd. De Afdeling bevestigde dat alleen objectieve, op de peildatum beschikbare wetenschappelijke inzichten relevant zijn voor het bepalen van gezondheidseffecten en dat het betoog over subjectieve beleving van geluidsoverlast niet slaagde. Ook werd het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 3%, gelet op het ruimtelijk beleid en de aard van de ontwikkeling. Tot slot werden proceskosten toegekend aan appellant en Klein Piershil, en griffierechten vastgesteld.
Uitkomst: Hoger beroep appellant gegrond, deskundigenkosten toegewezen, besluiten vernietigd voor renteherberekening, college opgedragen opnieuw te beslissen.