ECLI:NL:RVS:2025:2391
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank over rechtmatigheid grensdetentie en schadevergoeding afgewezen
Bij besluit van 12 oktober 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond voor zover het gericht was tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel en legde de minister op betrokkene schadeloos te stellen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was, ondanks een onjuiste rechtsmiddelenclausule in de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bekeek de rechtsvraag over de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol en de rechtmatigheid van de grensdetentie van betrokkene tussen 12 oktober en 16 november 2024.
De Afdeling volgde eerdere uitspraken waarin de omstandigheden en rechtmatigheid van de grensdetentie waren beoordeeld en concludeerde dat de grief van de minister slaagde. De Afdeling zag geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.