ECLI:NL:RVS:2025:2397
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake grensdetentie en vrijheidsontnemende maatregel
Bij besluit van 23 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel, waarop de rechtbank Den Haag op 7 januari 2025 deels gegrond verklaarde en de minister opdroeg tot schadeloosstelling.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk is en bekeek de rechtsvraag omtrent de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol tijdens de grensdetentie van betrokkene tussen 19 december 2024 en 7 januari 2025.
Uit eerdere uitspraken volgt dat de grief slaagt, maar de Afdeling ziet geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.