ECLI:NL:RVS:2025:2399
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en schadevergoeding afgewezen
De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 23 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank verklaarde dit beroep in januari 2025 voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging gegrond en legde de minister op betrokkene schadeloos te stellen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was en bekeek de rechtsvraag over de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol tijdens de grensdetentie van betrokkene tussen 19 december 2024 en 2 januari 2025.
De Afdeling volgde eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat de grief slaagt, maar zag ambtshalve geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep alsnog ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.