ECLI:NL:RVS:2025:24
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid handhavingsverzoek inzake stageverklaring advocaatstage
Appellant verzocht de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten om handhavend op te treden tegen het niet afgeven van een stageverklaring. Dit verzoek werd afgewezen omdat het niet ziet op het handelen van de patroon, maar op anderen, en daarom niet onder artikel 45g van de Advocatenwet valt. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep meerdere verweren aan, waaronder een betoog over de niet-ondertekende uitspraak, onvoldoende uitnodiging voor de zitting, en onterechte afwijzing van een wrakingsverzoek. Deze verweren werden verworpen, mede verwijzend naar een gelijke uitspraak van dezelfde dag.
De Raad van State oordeelt dat het handhavingsverzoek terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het geen betrekking heeft op bestuursrechtelijk handhaafbare bepalingen van de Verordening op de advocatuur. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de deken hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.