ECLI:NL:RVS:2025:2406
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel EU-verblijf
Verzoeker is door de minister van Asiel en Migratie opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten bij besluit van 24 februari 2025. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 april 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot voorlopige voorziening beoordeeld en vastgesteld dat er geen spoedeisend belang bestaat om de uitzetting op te schorten. Daarom is het verzoek afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 27 mei 2025 in aanwezigheid van griffier W.M. Vos. Het vonnis is uitgesproken in het openbaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbevel wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.