ECLI:NL:RVS:2025:2491
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van familie- en gezinsleven
Referent, een Syrische jongvolwassene die in Nederland een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen, vroeg voor zijn ouders een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan. De staatssecretaris wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf referent en betrokkenen gelijk, oordelend dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister de belangenafweging wel zorgvuldig heeft gemaakt, waarbij zij de mate van afhankelijkheid tussen referent en zijn ouders, het economisch belang van de Nederlandse Staat en de onoverkomelijke belemmering om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen, juist heeft meegewogen.
De Afdeling benadrukte dat de minister in de belangenafweging een genuanceerd standpunt mag innemen, ook als dit afwijkt van eerdere vaststellingen, en dat de financiële situatie en zelfstandigheid van referent en betrokkenen relevant zijn. Gezien deze overwegingen verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het oorspronkelijke besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van referent en betrokkenen wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag blijft in stand.