ECLI:NL:RVS:2025:2536
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning en handhaving gebouw in achtererfgebied Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 12 oktober 2021 een omgevingsvergunning voor een vrijstaand gebouw in het achtererfgebied van een perceel in Utrecht. Het gebouw was zonder vergunning gebouwd en overschreed onder meer de toegestane bouwhoogte en locatie ten opzichte van de perceelsgrens. Tevens was het in strijd met de dubbelbestemmingen "Waarde-Landschap" en "Waterstaat-Waterstaatkundige functie".
Na handhaving en het opleggen van een last onder dwangsom, verklaarde de rechtbank het beroep van de eigenaren ongegrond. In hoger beroep betoogden zij dat het college zich onterecht baseerde op een negatief stedenbouwkundig advies en dat de dubbelbestemming niet in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. De Raad van State oordeelde dat het college beleidsruimte heeft om stedenbouwkundige belangen zwaarder te wegen en dat de rechtbank terecht het college steunde in het weigeren van de vergunning.
Ook het beroep tegen de handhaving faalde. De Raad van State bevestigde dat handhaving in beginsel noodzakelijk is en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning en de last onder dwangsom worden bevestigd.