ECLI:NL:RVS:2025:2566
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen omgevingsvergunning woonark
Appellant heeft op 30 januari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een woonark met bijgebouw op een perceel in Kortenhoef. Het college stelde de aanvraag op 17 april 2020 buiten behandeling wegens het ontbreken van een ruimtelijke onderbouwing, omdat volgens het college het bouwplan niet binnen het bestemmingsplan paste. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond maar oordeelde ook dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen vanwege het ontbreken van een ruimtelijke onderbouwing.
In hoger beroep betoogt appellant dat het bestemmingsplan expliciet de bouw van een woonschip toestaat binnen de aanduiding ‘ligplaats voor permanent woonschip’ en dat de bouwregels daarvoor in artikel 24 van Pro de planvoorschriften zijn opgenomen. De Afdeling stelt vast dat de locatie mede bestemd is voor een ligplaats voor een permanent woonschip en dat de bouwregels in artikel 24, tweede lid, voldoende duidelijk en concreet zijn om als toetsingskader te dienen.
De Afdeling oordeelt dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat het bestemmingsplan geen bouwregels bevat voor woonarken en dat de aanvraag daarom buiten behandeling kon worden gesteld. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en draagt het college op een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag voor het bouwen van een woonark buiten behandeling te stellen wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.