ECLI:NL:RVS:2025:2587

Raad van State

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
202503163/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen in asielprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 21 februari 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van verzoeker op 30 mei 2025 ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter besloot bij wijze van ordemaatregel dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 4 juni 2025 achterwege blijft, omdat de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken. Dit betekent dat de verstrekkingen voorlopig doorlopen totdat de voorzieningenrechter een definitief besluit neemt.

Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van €907,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde partij. De uitspraak werd gedaan op 4 juni 2025 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.

Uitkomst: De voorgenomen beëindiging van verstrekkingen aan verzoeker wordt uitgesteld en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202503163/2/V2.
Datum uitspraak: 4 juni 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 30 mei 2025 in zaak nr. NL25.9272 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 21 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 30 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Verzoeker heeft op 3 juni 2025 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 mei 2025 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 4 juni 2025 achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 4 juni 2025 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. K. Veen, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Veen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2025
986