ECLI:NL:RVS:2025:2588
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke bewaringzaak
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 26 maart 2025 in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 15 april 2025 het beroep gegrond verklaarde en een schadevergoeding toekende. Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank, specifiek gericht op de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank ten onrechte slechts één punt toewees voor het indienen van het beroepschrift, terwijl ook een punt toegekend had moeten worden voor het verschijnen op de zitting via beeldverbinding op 8 april 2025. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde het deel van de uitspraak dat de minister veroordeelde tot een proceskostenvergoeding van € 907,00.
Vervolgens veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van € 1.814,00 aan proceskosten voor het beroep en daarnaast € 453,50 voor het hoger beroep, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over de proceskosten ging. De totale proceskostenvergoeding bedraagt daarmee € 2.267,50, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 juni 2025.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en proceskostenvergoeding verhoogd tot € 2.267,50 ten laste van de minister.