ECLI:NL:RVS:2025:2621
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging begunstigingstermijn beëindiging bewoning bedrijfswoning
Bij besluit van 16 april 2018 legde het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland aan appellant een last onder dwangsom op om de bewoning van een woning te beëindigen, omdat deze woning alleen als bedrijfswoning bestemd was en appellant niet meer werkzaam was bij het betreffende bedrijf.
De begunstigingstermijn om aan deze last te voldoen werd meerdere keren verlengd, maar uiteindelijk niet verder dan 31 augustus 2023. Appellant voerde aan dat de termijn onredelijk kort was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en de lange duur van het legalisatietraject.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de begunstigingstermijn niet wezenlijk langer mag zijn dan noodzakelijk om de overtreding op te heffen en niet bedoeld is om de uitkomst van procedures af te wachten.
De Afdeling oordeelt dat appellant ruim vijf jaar de gelegenheid heeft gehad om aan de last te voldoen en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de termijn te kort was. Ook de persoonlijke omstandigheden en het legalisatietraject rechtvaardigen geen verdere verlenging. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.