ECLI:NL:RVS:2025:2651
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek woonoverlast naastliggende bewoner
De zaak betreft een geschil tussen een appellant en zijn naastliggende buur over vermeende woonoverlast. De appellant verzocht de burgemeester van Rijswijk om handhavend op te treden tegen de buur, maar dit verzoek werd op 14 januari 2021 afgewezen. De burgemeester stelde dat er geen sprake was van ernstige en herhaaldelijke hinder zoals vereist op grond van de APV en Gemeentewet.
De appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 4 augustus 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel op 7 april 2023 en wees het beroep van de appellant af. Het hoger beroep bij de Raad van State volgde, waarbij de appellant dezelfde gronden herhaalde.
De Raad van State oordeelde dat slechts één incident, het spuugincident in april 2020, als ernstig kon worden aangemerkt, maar dat dit incidenteel was en onvoldoende voor handhaving. Daarnaast zijn incidenten na het bezwaarbesluit niet meegenomen in de beoordeling, conform vaste jurisprudentie. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de burgemeester tot afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.