ECLI:NL:RVS:2025:2667
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing bewaring wegens onvoldoende verzwaarde belangenafweging
Bij besluit van 16 juni 2023 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en beval de opheffing van de bewaring met ingang van die dag, tevens werd schadevergoeding toegekend.
De minister van Asiel en Migratie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister geen verzwaarde belangenafweging had gemaakt, terwijl de feitelijke detentie langer dan zes maanden duurde. Dit is in strijd met de jurisprudentie, waaronder de uitspraak ECLI:NL:RVS:2023:2831.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, toe te rekenen aan de door betrokkene ingeschakelde beroepsmatige bijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.